Leesfragment
Uit hoofdstuk 1
Het was daar, in de houten witte collegebanken aan de Drift, gestationeerd tussen de Gen-Z-studenten in hun Veja-schoenen en kleurrijke kringlooptruien, driftig typend op de met XR-stickers gedecoreerde Macbooks of schrijvend in hun uitwisbare notitieboekjes, zoekend naar ruimte tussen WNF-doppers en bakjes kokosyoghurt op te kleine uitklaptafeltjes.
Deze jongvolwassen, zij hebben geen auto's of kinderen en wonen met vijven of tienen in een rijtjeshuis. Zij kopen het interieur van hun kamers via Marktplaats en fietsen naar de binnenstad, sommigen zelfs vanuit Zeist of Vleuten. Hun milieuvervuiling lijkt enkel te komen van het ronkende nachtleven op Janskerkhof en de Nobelstraat.
Maar toch, in die collegezaal aan de Drift, gevuld met witte schermen en dwalende 'Amelisweerd niet geasfalteerd'-pamfletten, daar was het. De laatste keer dat ik echt hoop voelde. Fel en tastbaar. Een brandende motivatie, alsof heel mijn lichaam glimlachte en van binnen een hand uitstak naar de wereld. Laat me je helpen. Laat ons helpen. Maak ruimte voor de verlossers.
Deze generatie jonge mensen, hier in de zalen aan de Drift, zij is de toekomst. Dit leger jongvolwassenen, grofgebekt, verslaafd aan alles, te jong om te besturen maar te oud om te ontkennen. Bezield komen hun koppen uit het zand. Dit leger draait op Videoland en Vinted, op vapes en vleesvervangers. Op geveinsde nonchalance en geestdriftige betrokkenheid. Op zoek naar zichzelf én naar hun omgeving.
Gestommel en geschuif, de luide stem van de professor die iets roept over 'tjillen in het zonnetje' en studeren voor een tentamen. De witte schermen klappen dicht. Het leger komt omhoog. Niet echt in formatie, maar daar kan nog aan gewerkt worden.